Roestbak in de ruimte
Wat
is er toch weer veel gebeurd rond de aarde. Zo’n vijf miljoen kilometer
hiervandaan rammelt een karretje over een planeet welke we ooit Mars hebben
genoemd en net even buiten de aarde, ongeveer drie honderd zestig kilometer hier
vandaan, hangt een ruimte station met allerlei kapotte onderdelen en een paar
astronauten. Leuk natuurlijk, maar ondertussen hebben deze fenomenen, samen met
de sterrenregen van een poosje geleden er wel voor gezorgd dat ik nu met een
stijve nek door het leven moet.
Mijn vrouw, normaal helemaal niet geïnteresseerd in het buitenaardse, heeft mij
en de buren zo gek gekregen om laat op de avond de tuinverlichting te doven en
vervolgens met van die heerlijke luie tuinstoelen achterover tussen de
begonia’s te gaan liggen kijken naar het grote onbekende. Regelmatig zie je
aan de duistere hemel satellieten voorbij komen, grote, kleine, snelle en trage.
Toch wel leuk dat sommige mensen, ik ook dus, in deze razende wereld nog de tijd
nemen om van de kleine dingen in het leven te genieten.
De Mir, de roestbak waarvan de APK al lang is verlopen, die twaalf jaar geleden
door de Russen het heelal in geslingerd is, kun je heel goed zien. Het ding
schuift een aantal malen per dag, en dus ook in de avond, van oost naar west.
Voor ons zijn de nauwkeurige coördinaten niet van belang, want wij zien hem
vanaf de schoorsteen een blokje verder via de wilg van buurman Jansen langs de
beukenboom van Flipse weer verdwijnen achter de sering van mevrouw Beukelear. En
dat allemaal voor niks!
En dan die vallende sterren! Liggen we met z’n allen als een gele peen, met de
blik op oneindig, naar de duisternis te staren om een vallende meteoor te zien,
want sterren vallen in de regel niet. Regelmatig ziet mijn rechter buurvrouw ze
vliegen, maar als wij dan kijken zien we slechts de uitgewaaierde rook van die
schelpenfabriek in de Botlek. Toen onlangs twee Russen, ter aflossing van de
oude bemanning van het ruimte station, werden gelanceerd, kon je met eigen ogen
zien hoe het ruimte schip achter de Mir aanvloog. Je zag dan de Mir als een
heldere stip voorbijtrekken en kort daarachter een slap lampje wat de ruimte
pendel moest voorstellen. Enkelen onder ons meenden zelfs de kapotte zonnecellen
waar te nemen, ik vind dit schromelijk overdreven.
Maar die vallende ‘sterren’, wat een verhalen en wat een wensen! Ja, je mag
een wens doen als je een ster ziet vallen! Ik was de enige die een berg geld
wenste, de anderen wilden gezondheid, nou dat is toch stom? Gezondheid kun je
wel in Dijkzigt krijgen. Gelukkig zullen er nog veel satellieten en vallende
sterren door het luchtruim suizen, en als we nog even wachten dan kunnen we
straks ook naar het nieuwe Europese ruimte station kijken. Alleen jammer dat het
grootste deel van de menselijke kennis straks buiten de dampkring bengeld, want
op de aarde zelf is nog zoveel kennis nodig, al was het maar om een klein
probleempje met het broeikas effect op te lossen of de crisis in het midden
oosten tot een goed einde te brengen, maar ja, daar heb je ècht hersens voor
nodig en die hebben ze de ruimte in geschoten!
Maar gelukkig kunnen we nu wel gedachteloos naar deze menselijke hoogstandjes
kijken, tenminste als de hemel niet vervuilt raakt met de resultaten van onze
geweldige, zelf uitgedachte industrie.